Logo Flexibel Spaans Leren

Spaanse taal in het nieuws

Vermijd verwarring bij de woorden die hetzelfde klinken
Door Gerald Erichsen , About.com Gids

Omdat het Spaans is veel meer dan fonetisch geschreven Engels, Spaans heeft veel minder homofonen - verschillende woorden die hetzelfde uitgesproken, hoewel ze anders worden gespeld - dan het Engels doet. Maar de Spaanse en homofonen homoniemen (een term die meestal verwijst naar twee verschillende woorden die hetzelfde gespeld, die in het Spaans betekent dat ze ook dezelfde uitgesproken) bestaan, en het is nuttig om hen te leren als je hoopt correct te spellen.

Sommige van de Spaanse homofoon paren gelijk zijn gespeld, behalve dat een van de woorden gebruikt om een accent te onderscheiden van de andere. Bijvoorbeeld, het bepaald lidwoord el, die meestal betekent "de" en het voornaamwoord El, die meestal betekent "hij" of "hem", geschreven op elkaar lijken, behalve voor het accent.

Er zijn ook paren die bestaan homofoon als gevolg van een stomme h of omdat bepaalde letters of lettercombinaties uitgesproken op elkaar lijken. Hier zijn de meeste van de gemeenschappelijke homoniemen en homofonen van de Spaanse, evenals enkele van de ongewone degenen, elk met een gemeenschappelijke definitie.De definities zijn niet de enigen die mogelijk is. Opmerking: een sterretje voor een woord paar geeft aan dat de woorden zowel geluid in sommige regio's, maar onderscheiden zich van elkaar elders.


Het merendeel van de woordparen waar de twee woorden nauw verwant zijn, maar onderscheiden zich in het gebruik door een orthografische accent zijn niet opgenomen in de bovenstaande lijst. Among them are cual/cuál , como/cómo , este/éste , aquel/aquél , cuanto/cuánto , donde/dónde , o/ó and quien/quién . Onder hen zijn cual / cual, Como / Como, este / este, aquel / aquél, cuanto / cuanto, donde / donde, o / O en Quien / Quien.
Ook niet inbegrepen zijn zelfstandige naamwoorden die hetzelfde zijn geschreven als een geconjugeerd vorm van een verwante werkwoord. Zo kan bijvoorbeeld worden habla een zelfstandig naamwoord de betekenis "taal" of "toespraak," maar het woord is uiteraard een nauwe verwant van het werkwoord Hablar, om te spreken.

Spaans eindelijk één taal
Uitgegeven: 10 december 2009 19:57
Laatst gewijzigd: 10 december 2009 19:57
MADRID - Meer dan vijfhonderd jaar na het ontstaan van het Spaanse rijk is er eindelijk een Spaanse taal. De Spaanse Koninklijke Academie en 21 organisaties uit de Spaanstalige landen in de wereld zijn het eens geworden over een gezamenlijke grammatica.

© ANP
De nieuwe taalregels staan in een boek dat donderdag is gepresenteerd in Madrid. Het werk, waar zeker elf jaar aan is gewerkt, telt vierduizend pagina's.
Bijna tachtig jaar geleden was voor het laatst een boek met Spaanse grammatica verschenen, maar dat hield geen rekening met de verschillende versies die wereldwijd waren gevormd.


Het Spaans, de moedertaal van meer dan driehonderd miljoen mensen, is na Mandarijn de tweede taal ter wereld. Het wordt behalve in Spanje ook gesproken in landen als Mexico, Argentinië, Cuba en de Filipijnen.
Ontbreken standaard
Door het ontbreken van een standaard zeggen Spaanssprekenden wereldwijd iets anders. Zo is 'jullie praten' in Spanje 'vosotros habláis', terwijl iemand op de Canarische eilanden 'ustedes hablan' zegt.
Bron http://www.nu.nl/buitenland/


El español es la quinta lengua más hablada en la UE
El español es, junto con el polaco, la quinta lengua materna más hablada en toda la Unión Europea, tras el alemán, el inglés, el italiano y el francés. Son datos que aparecen reflejados en el último Eurobarómetro publicado esta semana sobre ‘Los europeos y sus lenguas’.

Este último sondeo, realizado entre cerca de 29.000 ciudadanos de la UE, Bulgaria y Rumanía (que se incorporarán en 2007) y los países candidatos (Croacia y Turquía), revela que el español sigue siendo el quinto idioma más utilizado en los Veinticinco. La Unión Europea reconoce actualmente veinte lenguas oficiales y en su territorio se hablan aproximadamente otras sesenta lenguas autóctonas y no autóctonas.

Según el informe ‘Los europeos y sus lenguas’ el inglés sigue siendo el idioma extranjero más hablado en Europa. El 38% de los ciudadanos de la UE afirma tener suficientes competencias en inglés como para mantener una conversación. En diecinueve de los veintinueve países en los que se ha llevado a cabo la encuesta, el inglés es el idioma más conocido, es particularmente el caso de Suecia (89%), Malta (88%) y los Países Bajos (87%).

El 14% de los europeos afirma conocer el francés o el alemán además de su lengua materna. El francés es el idioma extranjero más hablado en el Reino Unido (23%) e Irlanda (20%), mientras que los mayores porcentajes de ciudadanos que sostienen conocer el alemán se registran en la República Checa (28%) y Hungría (25%). El español y el ruso completan el grupo de las cinco lenguas más conocidas además de la lengua materna, con un porcentaje del 6% cada una.

En suma, las lenguas de Estado de los Estados miembros más populares son, como no podía ser menos, las lenguas autóctonas más habladas en la UE, con el alemán a la cabeza (18%). Cuando se combinan estos resultados con los conocimientos de idiomas extranjeros, se observa que el inglés es con mucho la lengua más utilizada en la UE. Más de la mitad de los encuestados (51%) afirma hablarla como lengua materna o como idioma extranjero.

La importancia de saber idiomas

El retrato robot del europeo ‘multilingüe’ responde a las siguientes características: es joven, cuenta con una buena instrucción o cursa todavía estudios, ha nacido en un país distinto de su país de residencia, utiliza idiomas extranjeros por motivos profesionales y está motivado para aprender. Parece que no son muchos los ciudadanos europeos que disfrutan de las ventajas del multilingüismo.

Las ventajas que reporta conocer idiomas extranjeros son incuestionables. La lengua es una vía para comprender otras formas de vida, propagando así valores de tolerancia intercultural. Además, los conocimientos lingüísticos facilitan el trabajo, los estudios y los viajes en Europa y permiten la comunicación entre culturas. De hecho, cada vez hay más personas que hablan varios idiomas. Así el 56% de los ciudadanos de los Estados miembros de la UE puede mantener una conversación en un idioma distinto de su lengua materna. Este porcentaje es nueve puntos superior al registrado en 2001 entre los quince Estados miembros de aquel entonces. El 99% de los luxemburgueses, el 97% de los eslovacos y el 95% de los letones afirma conocer al menos un idioma extranjero.

Respecto al objetivo de que cada ciudadano de la UE tenga conocimientos de dos idiomas además de su lengua materna, el 28% de los encuestados afirma hablar dos idiomas extranjeros lo suficientemente bien como para intervenir en una conversación. Cabe destacar a este respecto los casos de Luxemburgo (92%), los Países Bajos (75%) y Eslovenia (71%). El 11% de los encuestados afirma dominar al menos tres idiomas aparte de su lengua materna.

Por el contrario, casi la mitad de los encuestados (un 44%) admite no conocer ningún otro idioma aparte de su lengua materna. De hecho, en seis Estados miembros Irlanda (66%), el Reino Unido (62%), Italia (59%), Hungría (58%), Portugal (58%) y España (56%) la mayoría de los ciudadanos pertenece a esta categoría.

A un nivel más general, los motivos para aprender un nuevo idioma son cada vez más de orden práctico, como ‘para utilizarlos en el trabajo’ (32%) o ‘para poder trabajar en otro país’ (27%), comparados con los resultados de cuatro años antes. No obstante, otros motivos menos ‘utilitarios’ como ‘para utilizarlo en vacaciones en el extranjero’ (35%) o ‘como satisfacción personal’ (27%) siguen siendo muy citados.

http://www.aprendemas.com/Noticias/


63% van de Spanjaarden verstaat en spreekt geen Engels

Het is al jaren algemeen bekend dat de Spanjaard niet bekend staat om zijn/haar kennis van andere talen (zelfs de Spaanse premier Zapatero spreekt geen Engels!) De barometer van de CIS (Centro de Investigaciones Sociológicas) heeft uitgewezen dat 63% van de Spanjaarden geen Engels spreekt of verstaat. Dit terwijl 50,3% van de Spaanse bevolking van mening is dat het zeer belangrijk is een andere taal te leren en 40,8% vindt dat het redelijk belangrijk kan zijn. Slechts 22,9% geeft aan over voldoende kennis te beschikken om iets in het Engels te schrijven, te lezen en te praten.


Op de vraag of men op dit moment een andere taal leert geeft 91,3% negatief antwoord en slechts 8,3% positief. De meest bestudeerde taal is en blijft het Engels, met name voor werk en/of studie. 43,7% van de ondervraagden vindt Engels een moeilijke taal terwijl 38,8% aangeeft dat het Engels niet zo moeilijk is. Ondanks het feit dat de Spanjaarden over het algemeen niet zo sterk zijn in het spreken van het Engels heeft toch 65,3% de taal geleerd op school.

Bijna hetzelfde percentage heeft de Franse taal geleerd op school, een taal die vroeger veel belangrijker was voor de Spanjaarden. Op de vraag of men zin heeft om het Engels te leren beantwoorde 26,5% met ‘nee’. 32,2% zei sí omdat zij het leuk vinden een andere taal te leren en 26,5% meent dat met het leren van een andere taal het reizen en werken in andere landen makkelijker wordt.
(Bron: El Pais /Spanjevandaag maart 2010)

Helft Spanjaarden spreekt alleen Spaans
Uit onderzoek van het instituut Funcas is gebleken dat bijna de helft van de Spanjaarden geen enkele buitenlandse taal spreekt.

Hoewel volgens de studie 49,7 procent van de inwoners geen woord over de grens spreekt, zegt de meerderheid het toch erg belangrijk te vinden om, naast het Spaans, nog één of meerdere andere talen te beheersen.

Het spreken van een andere taal is erg regio gebonden. Zo blijkt bijvoorbeeld dat in Andalusië en Cantabrië bijna tweederde van de bevolking alleen Spaans spreekt, terwijl 75 procent van de Catalanen zich wel in het Engels, Frans, Duits of Italiaans zegt te kunnen redden.

Bron: Spanje.blog.nl maart 2010